>Gilles Boeuf en Marie BoeufGilles Boeuf (1970) studeerde filosofie te Leiden en Fotografie aan de Fotoacademie in Amsterdam. Na zijn studie vestigde hij zich als freelancer in Den Haag. Hij debuteerde in 1998 bij uitgeverij Perdu met de dichtbundel Gedichten. In 2002 volgde bij Meulenhoff de bundel In het groene licht. De bundel Verte verscheen in 2006 bij BnM. Momenteel werkt hij aan een opvolger.Publicaties waarin zijn werk is verschenen: Met beide voeten in de modder, dagboeken/foto's/gedichten van vijf Haagse dichters, 2008, de Brouwerij L'art francais contemporain aux Pays-Bas, 2009, Turksma & Partners (fotografie) Bloemlezing Op Reis, de mooiste reisgedichten voor onderweg, Rainbow Pockets, 2009 Bloemlezing 25 jaar Nederlandstalige Poëzie 1980-2005, BnM Uitgevers, 2006 Zoals een haan een ei legt, bloemlezing verschenen ter gelegenheid van de eerste Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, Uitgeverij Augustus, 2010 Bloemlezing Ik ben niet gek! (ik ben een gedicht), uitgeverij P, Leuven, 2010 Om op de hoogte te blijven van het werk van Gilles Boeuf zie ook: www.boeufinprogress.blogspot.com Marie Boeuf (1974) heeft eerst als verpleegkundige in de psychiatrie gewerkt, vervolgens algemene literatuurwetenschappen in Leiden gestudeerd en is nu promovendus aan de universiteit Groningen. Ze doet onderzoek naar de receptie van West-Afrikaanse vrouwelijke auteurs. Marie schreef samen met Gilles het boek De laatste prins, gebaseerd op een verhaal uit hun familie van vaderskant, dus Frans-Russisch. Marie heeft drie kinderen een echtgenoot en twee katten met wie ze in Rotterdam woont. “Lezen was bij ons thuis vroeger vanzelfsprekend en ik heb de mooiste herinneringen aan boeken uit mijn jeugd, Tom Tippelaar, Max en Maximonsters, Op weg naar Vladiwostok, alle boeken van Thea Beckman. We gingen met Henke naar de bieb en ik zal nooit vergeten dat ik toen ik elf was er een keer alleen was en graag een boek uit de volwassen afdeling wilde, iets van Tessa de Loo meen ik en dat dat niet mocht van de bibliothecaresse. Heel vreemd vond ik dat.” |
